Nieuws

Reactie mr. B. van der Goen op klacht minister

4 september 2003

Zoals uit de pers bekend is heeft de minister gemeend in de vogelpestzaak een klacht tegen mr. B. van der Goen in te moeten dienen. Hieronder kunt u kennis nemen van de reactie van mr. B. van der Goen naar aanleiding van de door de landsadvocaat namens minister Veerman ingediende klacht bij de Nederlandse Orde van Advocaten.

 

 

Soest, 1 september 2003

 

 

 

                                               

                                                Deken der orde van Advocaten Utrecht

                                                De Weledelgestrenge Heer

                                                Mr. M.L.F.J. Schyns

                                                Postbus 14011

                                                3508 SB  UTRECHT

 

 

 

                                                            RvT 0203-6503/MS/sd

                                                            G/M/2003.0139

                                                            Klacht Deken

 

 

 

 

 

 

Geachte Deken,

 

De asielzoekers moesten ganzen slaan met een schop. Meneer Ten Bruggencate, die zich verzette tegen de ruiming van zijn pluimvee, werd in de boeien geslagen en in de cel gesmeten. 'Een cel zonder stoel. Ik moest op de grond zitten', verhaalt de bejaarde man. Even later loopt hij opnieuw naar de microfoon: 'En wilt u weten hoe ze mijn dieren hebben afgemaakt?'

 

Hij kan zijn betoog niet afmaken. Overmand door emotie verlaat hij de zaal. Pas later vertelt hij de toedracht. De ruimers hebben twee pauwen met hagel uit de boom geschoten. En ze hebben 21 loopeenden in een hok bij elkaar gedreven en 'in het wilde weg' doodgeschoten. Na de slachtpartij zaten de wanden vol bloed en veren. Op de grond lagen nog de patroonhulzen. 'Het leek de Gestapo wel.'

 

Kenneth Broekman zat zelfs dagenlang in de cel voor illegaal vervoer van pluimvee. Samen met enkele handlangers bracht hij tijdens de vogelpestcrisis zoveel mogelijk hobbykippen in veiligheid. Broekman is naar eigen zeggen zeven uur per dag verhoord en werd voortdurend beledigd en geïntimideerd.

 

Zijn vriendin Jacqueline vertelt huilend: 'Ze kwamen met elf man huiszoeking doen. We werden als criminelen behandeld. Ik heb er een trauma aan overgehouden.'

 

Dierenarts Sjef van Bers, voorzitter van de Waarheidscommissie Vogelpestbestrijding die maandagavond in het gemeenschapshuis van Roggel in Noord-Limburg een hoorzitting houdt: 'Zoiets is na de Tweede Wereldoorlog niet meer voorgekomen, en dat is niet overdreven.'

 

In totaal zijn bij zeventienduizend particulieren 180 duizend hobbydieren gedood. 'Vermoord', vindt Annie. 'Ik heb het geloof in de Nederlandse staat verloren. Dit wil ik nooit meer meemaken. Als ze nog een keer komen, schaf ik een geweer aan en schiet ik ze allemaal overhoop´.

 

Woede en onbegrip heersen, over de harteloosheid van de overheid. Over het stuurloze beleid. Over het niet willen luisteren naar de adviezen van virologen en epidemiologen. Maar vooral over het meedogenloze optreden van de AID en de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees.

 

Dierenarts Van Bers verhaalt van beestachtige toestanden, die nota bene werden toegestaan door een collega-dierenarts als hoofd van een ruimingsploeg: 'Dan moesten er ganzen worden geruimd. Die waren moeilijk te vangen door de asielzoekers. Dan kregen die jongens een schop in de hand met de mededeling: sla maar zolang mogelijk om je heen, totdat ze niet meer bewegen. Dan kan ik ze gemakkelijk spuiten.'

 

Er zijn verhalen over jagers die werden ingeschakeld om beesten uit de bomen te knallen. Over AID'ers die zelfs kippen uit de diepvries meenamen. Over zeventig zeldzame kraanvogels die elkaar afmaakten in een hok. Over harteloze buren die de speciale kliklijn belden en zo de lievelingskip de dood injoegen.

 

Erik Berben uit Nunhem, bij wie twee struisvogels, 48 ganzen, tien kippen, tien krielkippen, zes pauwen en tien eenden werden afgemaakt: 'Ze hebben met geweld geruimd. Maar laten ze het dan ook goed doen. Na afloop bleek dat ze vier eenden en twee krielkippen waren vergeten. En alle eieren in de broedmachine. Twee dagen later kwamen de eieren uit en liep het hele erf weer vol eenden en kippen. Wat heeft het dan allemaal voor zin?'

 

(Citaten uit De Volkskrant van 23 juli 2003)

 

Niet vaak zal het voorkomen dat een reactie op een klacht begint met een aantal citaten: in de loop van mijn betoog zal duidelijk worden waarom deze hier relevant zijn.

 

In deze zaak treed ik op voor de Nederlandse Belangenvereniging van Hobbydierhouders, die (tezamen met aangesloten organisaties) tienduizenden mensen vertegenwoordigt, alsmede een aantal individuele hobbydierhouders. Het betreft hier belangenbehartiging met betrekking tot (nog lopende) beroepsprocedures zowel als in een aantal strafzaken, terwijl bij diverse instanties klachten zijn ingediend met betrekking tot het overheidsoptreden. De werkzaamheden zijn omvangrijk geweest: wij werden overstroomd door emails en faxen en meerdere medewerkers zijn (vooral in de periode mei/juni) vrijwel full time met deze zaak bezig geweest, waarbij een medewerkster vrijwel volledig diende te worden vrijgemaakt om (veelal zeer emotionele) mensen te woord te staan die met hun klachten bij geen enkele andere instantie terecht konden. Wij hebben echter gemeend hieraan te moeten voldoen, ook al heeft dit een zware druk gelegd op ons kantoor en onze medewerkers.

 

Hoe rücksichtslos (om opnieuw een Duits woord te gebruiken) de Staat en zijn uitvoerders meenden te moeten optreden blijkt uit een van de vele zaken die ik te behandelen kreeg. Een cliënt belde mij dat hij een paar kippen bij zijn bejaarde vader had ondergebracht. Deze was ernstig ziek en had een open hartoperatie ondergaan. De dokter schreef absolute rust voor. Op de dag dat de betrokkene uit het ziekenhuis werd ontslagen meldde zich de AID ondersteund door politie bij het pand van de vader om daar de dieren te doden (de Staat spreekt van ruimen). De gealarmeerde zoon (cliënt) verzocht de politie/dienstdoende dierenarts om een of twee dagen met doding te wachten, zodat hij maatregelen kon nemen met betrekking tot zijn doodzieke vader, aangezien hij een schokeffect wilde vermijden hetgeen zelfs levensbedreigend kon zijn. Hij had mij verzocht met spoed (per fax) een klaagschrift in te dienen bij het college van beroep voor het bedrijfsleven. Volgens gewoonte heeft dit schorsende werking (wordt telefonisch geregeld). Met spoed werd het rekest ingediend, waarop ik telefonisch contact kreeg met de betrokken dierenarts die ter plekke de leiding had. Ik verzocht hem tenminste 15 minuten te wachten, omdat dan naar verwachting telefonisch bericht binnen zou zijn (bij het ministerie) dat deze doding zou kunnen worden opgeschort tot de uitspraak. De dierenarts weigerde dit. Vervolgens verzocht ik hem dan tenminste wachten totdat de inmiddels gealarmeerde huisarts ter plaatse was. Ook dit werd geweigerd. De doding werd met veel vertoon van macht doorgezet; 12 minuten later bereikte ons het bericht van schorsing. (Ook tegen deze dierenarts is een klacht ingediend.)

 

Het bovenstaande voorbeeld kan met tientallen anderen  worden uitgebreid. Volgens de pers kon worden gesproken van een explosief groeiend volksverzet (De Volkskrant van 14 mei 2003) of zelfs een volksopstand (De Telegraaf). Dit laatste moge overdreven zijn, het is duidelijk dat hier sprake is van een uitzonderlijke actie met grote gevolgen voor het vertrouwen van de burger in de overheid.

 

Om een indruk te geven van deze zaak verwijs ik naar de pleitnota in Oosterbaan/Staat ten behoeve van de zitting van het college van Beroep voor het Bedrijfsleven van 6 mei 2003 (bijlage 1) alsmede de bijlagen (bijlage 2).

 

De kern van de zaak is dat er niet alleen - zoals alle deskundigen bevestigen - geen veterinaire (diergeneeskundige) noodzaak bestond voor de doding (waarbij nog komt dat deze doding en de wijze waarop dit geschiedde eerder heeft bijgedragen tot verspreiding van het vogelpestvirus). Niet alleen zijn door mij de meest vooraanstaande deskundigen in Nederland op dit punt geraadpleegd die aangaven dat dit eerste het geval was, later is een en ander alleen maar bevestigd. Zie hierover onder meer de inaugurale rede van prof. Stegeman (NRC van 17 jui 2003 (bijlage 3). Dit is inderdaad niet door de Staat ter zitting weersproken, maar zelfs toegegeven. Dit kan door zeker honderd getuigen (aanwezigen bij de zitting) worden bevestigd.

 

Voorts heb ik betoogd dat het doden in strijd is met de wet, maar het zou te ver voeren hierop thans nader in te gaan. Naderhand is nog gebleken dat inderdaad de maatregel niet vanuit Brussel is opgelegd (mij ook persoonlijk bevestigd door twee europarlementariërs die hierover vragen hebben gesteld). Zo nodig kom ik op een en ander nader terug.

 

Kort samengevat is het standpunt van clienten af te leiden uit de oproep aan de miljoenen dierenliefhebbers (bijlage 4). Ook achteraf blijkt dat de hierin genoemde vier punten juist zijn (overheid suggereert in strijd met de waarheid van deskundigen zouden voorschrijven dat de hobbydieren gedood moeten worden: het tegendeel is het geval; deskundigen adviseren veelal juist vaccinatie; de doding van gezonde huisdieren berust niet op de wet; Brussel heeft niet geëist de hobbydieren te doden, zoals de minister in strijd met de waarheid liet voorkomen).

 

Op grote schaal werd inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van mensen, die hun dieren als huisgenoot beschouwen, hetgeen in strijd komt met het bepaalde in art. 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van mens en de fundamentele vrijheden.

 

Tot welke wantoestanden het macabere circus van het onnodig doden van huisdieren leidde is ook u wellicht uit de media enigszins bekend: een bejaarde vrouw die 30 jaar van haar leven had gewijd aan het fokken een bepaalde soort pauw moet toezien hoe de dieren (die net niet in aanmerking kwamen om op een lijst van zeldzame dieren geplaatst te worden) voor haar ogen de nek omgedraaid worden, een loco-burgemeester uit Thorn, de heer Corbey, schiet grijnzend dieren uit een boom (dezelfde dieren die honderd meter over de Belgische grens vrij rondlopen), mensen worden geboeid afgevoerd, (zie artikel uit NRC (bijlage 5), ganzen worden aan flarden geschoten (artikel uit De Telegraaf) (bijlage 6) onder ogen van kinderen moeten dieren worden afgemaakt (art. uit De Telegraaf) (bijlage 7), mensen worden geïntimideerd en als zware criminelen uren achtereen verhoord (bijvoorbeeld met name cliënt Kenneth Broekman: inmiddels is in reactie op de klacht tegen de uitlating van de betreffende verhorende AID-ambtenaar dat hij met een brief van de advocaat zijn hol afveegt erkend) etc..

 

Zoals onlangs bekend werd, werden geluidswagens achterstandswijken ingestuurd om zonder dat van deskundig toezicht sprake was zo veel mogelijk dieren met schoppen dood te slaan, waarbij gevoetbald werd met dode (of nog halflevende) dieren. Omdat men niet voldoende gemotiveerde mensen meer konden vinden die aan deze orgie van geweld wilden deelnemen werden asielzoekers (die brieven als waarover nu geklaagd wordt niet zo snel zullen lezen) ingeschakeld, waarbij zoals bekend door de belastingdienst deze in strijd met elke regelgeving onder de verzamelnaam F Vogelpest als groepssofi-nummer werden ingeschreven (artikel uit De Volkskrant bijlage 8).

 

Dat elk gezond verstand komt te ontbreken en dit overheidsoptreden tot een culminatie van absurditeit leidde blijkt ook uit de kwestie van de open kratten. Terwijl de hobbydieren (waarbij, als er al van besmetting sprake was, dit volgens alle deskundigen een verwaarloosbaar klein percentage betrof) weken of maanden moesten worden opgesloten (opgehokt) werden de hobbydieren verzameld in open kratten die de eigenaren langs de weg moesten zetten. Vervolgens werden deze in open vrachtwagens rondgereden voordat de dieren werden vernietigd (dit blijkt uit mijn dossier: zie bijlage 9 en foto´s bijlage 10 en 11). Ook werden met kippenmest vervuilde kratten aangeboden, terwijl de overheid zelf beweerde dat ééntiende milligram kippenmest voor een enorme besmetting met virus zou kunnen leiden (artikel uit het Eindhovens Dagblad bijlage 12)

 

Nog steeds komen nieuwe misstanden aan het licht, recentelijk dat het ministerie van LNV in de (gepretendeerde) strijd tegen de vogelpest vele duizenden kilo´s van een niet toegelaten bestrijdingsmiddel heeft gebruikt met gevaar voor de volksgezondheid ook hier onder het motto: het doel heiligt de middelen.

 

Deze opsomming kan gemakkelijk met verdere voorbeelden worden uitgebreid, maar samenvattend kan worden vastgesteld dat er hier sprake was van een overheidsbeleid dat gekenmerkt werd door het ontbreken van argumentatie en het tegen beter weten in doorzetten hiervan toen de argumenten niet weersproken konden worden en alle deskundigen aandrongen op stopzetting, excessen bij de uitvoering en een enorme impact op de mensen die het betreft (om van de dieren nog maar niet te spreken).

 

Wat dit laatste betreft is door de overheid volmaakt uit het oog verloren dat inbreuk op de privacy in een dergelijke vorm slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden (bijvoorbeeld bij acuut gevaar voor de volksgezondheid) kan plaatsvinden. Volledig uit het oog verloren is, dat er en maatschappelijke ontwikkeling gaande is, waarbij bij een als kil en onpersoonlijk ervaren grootschaligheid een hernieuwde oriëntatie op het gezin plaatsvindt, waarbij in miljoenen huishoudens de huisdieren een rol spelen en als huisgenoot worden gezien. Door velen wordt dit optreden gekenschetst als een schandvlek van Nederlands overheidsbeleid, dat ook in het buitenland de aandacht heeft getrokken.

 

Dat de minister in plaats van openlijk verantwoording af te leggen of tenminste zijn excuses aan te bieden aan de getroffenen nu meent de landsadvocaat in te schakelen om tegen mij een klacht in te dienen lag helaas in de lijn der verwachtingen.

 

Om een indruk te geven vermeld ik een aantal van de door mij namens cliënten ingediende klachten:

 

-         Klacht wegen overtreding van art. 355 van het Wetboek van Strafrecht tegen de minister (bijlage 13);

 

-         klacht bij de Europese  Commissie (bijlage 14);

 

-         strafklacht tegen loco-burgemeester Corbey (bijlage 15);

 

-         klacht wegens optreden van AID (bijlage 16);

 

-         strafklacht tegen onder meer belastingdienst (bijlage 17).

 

Vermeldenswaard is tenslotte dat behalve verscheidene andere acties (waaronder van een groep dierenartsen) een zogenaamde waarheidscommissie in samenwerking met cliënten en de Nederlandse Dierenbescherming doende is een zwartboek samen te stellen.

 

Wat de klacht zelf betreft wijs ik op eerdere correspondentie, namelijk het schrijven van de minister van LNV van 13 mei jl. (bijlage 18) alsmede mijn antwoord hierop d.d. 15 mei jl. (bijlage 19). Uit dit laatste schrijven  haal ik aan:

 

Er is hier sprake voor het eerst in de historie dat op dergelijke grote schaal inbreuk wordt gemaakt op het privé-leven van burgers sinds het einde van de tweede wereldoorlog. Om deze reden acht ik het gerechtvaardigd en zelfs noodzakelijk op te treden zoals ik heb gedaan en dit zal ik ook voortzetten.

 

Gezien uw positie als overheid zou terughoudendheid passen in een zaak tegen de overheid en acht ik de poging mij te intimideren door het dreigen met een klacht bij de deken van de Orde van Advocaten onjuist en onacceptabel. Ik wijs u in dit verband op het bepaalde in art. 365 van het wetboek van strafrecht.

 

In verband met het feit dat u wenst dat ik publiekelijk het gestelde in mijn brief terugneem laat ik u weten dat ik gaarne bereid ben publiekelijk met u in debat te gaan, bijvoorbeeld voor de televisie. Iedereen kan dan over de argumenten oordelen.

 

Hierop volgde een diep stilzwijgen. Ook hier zou je toch verwachten dat de Staat zou willen argumenteren, maar nee: dit is nu juist wat de Staat tegen elke prijs wenst te vermijden. Waarom weigerde de overheid om een zaak die zo in de publieke belangstelling stond en die onder tienduizenden burgers zo een onrust veroorzaakt heeft te debatteren? In plaats daarvan verkiest de Staat, in een aangelegenheid waarbij deze de tegenpartij is (enkele lopende zaken heb ik genoemd) te trachten mij in mijn beroepsuitoefening te treffen.

 

Bij de beoordeling van deze zaak kan men er niet om heen dat er hier sprake is van tamelijk uitzonderlijke omstandigheden, waarbij de burger die bereid is zich van enige elementaire feiten op de hoogte te stellen (bijvoorbeeld via internet) zelfstandig een oordeel kan vellen. Het meewerken aan een overheidsbeleid waarbij alle deskundigen (waaronder het voornaamste adviesorgaan terzake van de overheid zelf) dit ernstig afraden, terwijl deze deskundigen er zelfs op wijzen dat door de uitvoering van de maatregelen het virus juist verspreid kan worden, is iets waarover een uitvoerder toch eens ernstig zou moeten nadenken. Zeker in het geval dat elk nog rationeel reagerend mens zelf kan nagaan hoe absurd dit is: iemand die een paar ganzen vervoert wordt opgepakt en opgesloten (ondanks het veronderstelde cellentekort heeft dit absolute prioriteit), terwijl iedereen die de moeite neemt omhoog te kijken kan zien dat er duizenden ganzen vrij rondvliegen (waarvan wetenschappelijk is vastgesteld dat deze evengoed het virus kunnen overbrengen, wellicht zelfs de oorspronkelijke brengers van het virus zijn). Iedereen kan op zijn vingers natellen dat bij het op grote schaal inbreuk maken op de privacy van mensen die de maatregelen met zich brengt (betreden van erf, openbreken van woningen, huiszoekingen etc.) mensen ernstig getroffen zullen worden. Van een en ander heb ik hierboven enige voorbeelden gegeven. Iedereen kan voorzien dat mensen ernstig en geheel onnodig leed wordt toegebracht, waarbij ik nog niet spreek van de betreffende dieren. Als deze maatregelen dan bovendien nog absurd zijn en tot geen enkel doel leiden, dan is het een legitieme vraag die kan worden opgeworpen of de betreffende uitvoerders, die dit kunnen weten, rechtmatig handelen en zich louter op een bevelstructuur kunnen beroepen.

 

Men behoeft niet al te veel historisch besef te hebben om in te zien dat het de menselijke natuur eigen is tot wreedheid in staat te zijn en alle normen uit het oog te verliezen zodra men meent door autoriteit gedekt te worden. Ik heb in het voorgaande hiervan enige staaltjes genoemd (voor een deel gedocumenteerd in dossiers bij mij aanwezig). Deze gevallen staan niet op zichzelf.

 

Arthur Koestler beschrijft (In de menselijke tweespalt) het bekende experiment waarbij proefpersonen worden opgedragen om onschuldigen (schijnbaar) te martelen. Dat zoveel mensen bereid zijn hieraan mede te werken verklaart hij uit het feit dat de kritische vermogens van het individu bij een beroep op autoriteit verdoofd worden en rationele twijfel wordt uitgebannen. Het groepsbewustzijn moet noodzakelijkerwijs functioneren op een intellectueel niveau dat voor leden van de groep gelijk toegankelijk is; het resultaat is versterking van de emotionele groepsband met tegelijkertijd vermindering van intellectuele vermogens. Het is de eigenschap van de mens om zijn medemenselijkheid op te geven, zodra hij zijn individuele persoonlijkheid verbindt aan grotere institutionele structuren.

 

Het is van groot belang hierop te wijzen en het behoort tot de taak van de advocaat om hierin een rol te spelen.

 

De ambtelijke ongehoorzaamheid ligt min of meer in het verlengde van de burgerlijke ongehoorzaamheid. Volgens een van de meest invloedrijke meta-juridische geschriften ooit, A theory of Justice van John Rawls, wordt betoogd dat zelfs in een bijna ideale samenleving illegale protestacties een belangrijk correctie-mechanisme zijn wanneer democratische instituties tekort schieten. Ook de invloedrijke Ronald Dworkin tendeert in Taking rights seriously in deze richting, evenals ten onzent in het voetspoor van dezen Recht, orde en burgerlijke ongehoorzaamheid van Kees Schuyt. Zelfs indien men aanneemt dat wij in een ideale democratische samenleving vertoeven (wat volgens sommigen niet geheel het geval is) is burgerlijke ongehoorzaamheid en het niet klakkeloos achternalopen van al op het eerste oog absurde orders met zulke ernstige gevolgen waardevol.

 

Zoals ik in het voorgaande gezegd heb is hier sprake van de ernstigste inbreuk op het privé-leven van de burgers op grote schaal sinds de Tweede Wereldoorlog. Het gaat er hier uiteraard niet om of deze opvatting al dan niet juist is, maar slechts of het legitiem is deze te hebben, waarbij men zich in het licht van het voorgaande wellicht zelf een oordeel kan vormen. Zoals blijkt uit de gegeven citaten in de aanvang van dit verweer hebben velen justitiabelen de parallel met de Tweede Wereldoorlog getrokken en dit is in het licht van het gebeurde ook inzichtelijk. De gruwelen die in die tijd hebben plaatsgevonden zijn nu eenmaal in hoge mate het ijkpunt van onze beschaving. Wat deze ons ook geleerd hebben is, dat, als argumentatie vervangen wordt door autoriteit (zie hierboven), mensen tot vrijwel alles in staat zijn: most evil is done by people who never made up their mind to be either good or bad (Hannah Ahrendt). Om bij te dragen tot bewustwording van deze connotatie kan (in mijn brieven was uiteraard geen mogelijkheid om een theoretische uiteenzetting te geven) verwijzing naar het adagium Befehl ist befehl verhelderend werken.

 

Het behoort immers tot de essentialia van de beroepsuitoefening van de advocaat dat hij tracht wat zijn cliënten beweegt in de taal, zo mogelijk kort en kernachtig, weer te geven. Uiteindelijk draagt de advocaat door te trachten veelal primaire emoties zoal in casu aan de orde waren (en zijn) om te vormen tot in een argumentatiepraktijk (volgens Habermas) hanteerbare begrippen (in en buiten de rechtszaal) bij tot het functioneren van de rechtsorde. In laatste instantie draagt de advocaat hierdoor bij tot het vermijden van geweld (gezien genoemde uitlatingen in deze emotioneel beladen zaak niet geheel illusoir).

 

Hoewel ik enige ruimte heb genomen om in het voorgaande de achtergronden uiteen te zetten, is dit in feite nauwelijks noodzakelijk om in te zien dat de klacht van de Minister ongegrond is. Bij het tuchtrecht gaat het immers niet om het voeren van een inhoudelijk debat, hetgeen de Staat uit het oog verliest door te betogen dat uitsluitend de Minister verantwoordelijk is voor genomen besluiten en de uitvoering daarvan. Ik ga hier dan ook niet verder op in. Dat van mijn optreden een intimiderend effect zou uitgaan is min of meer een gotspe: de machteloosheid van de burger en het gebrek aan rechtsbescherming tegenover de overheid wordt ook door deze affaire eens te meer bewezen. Over intimidatie gesproken: de Staat maakt zich gezien haar positie hieraan zelf schuldig door tegen beter weten in) een klacht tegen mij in te dienen en te trachten mij in mijn beroepsuitoefening te raken, waar men een inhoudelijk debat uit de weg gaat.

 

Waarom het van groot (ook maatschappelijk) belang is om de ambtenaren in een dergelijk geval aan het denken te zetten, heb ik hierboven voldoende aangegeven. In het enorme en nog steeds uitdijende machtsapparaat van de overheid is het van belang dat de ambtenaar niet als hersenloze automaat functioneert, maar (in overigens tot nog toe nog tamelijk uitzonderlijke) gevallen op zijn verantwoordelijkheid wordt aangesproken.

 

In ieder geval valt het optreden terzake binnen de vrije marge waarbij de advocaat het standpunt van zijn cliënt op zijn eigen wijze mag formuleren, zelfs indien dit in een provocerende, tot denken aanzettende, vorm geschiedt en ik zal dit ook blijven doen.

 

Omdat toevallig een tv-camera in de buurt was is tot afgrijzen van ieder die het zag aanschouwelijk geworden hoe een grijnzende loco-burgemeester enkele pauwen uit een boom schoot. Een cliënt die het optreden van de AID wilde vastleggen werd door de ambtenaren het fototoestel uit handen geslagen (de bij mij in behandeling zijnde zaak Veld). Ik zal met alle mij ter beschikking staande middelen eraan bijdragen cliënten tegen de Staat die op deze wijze optreedt bij te staan en hier zonodig bekendheid aan geven ook als het de Staat onwelgevallig is. Dit behoort tot de essentiële taak van de advocaat.

 

                                                            Hoogachtend,

                                                            Uw dw. cfr.,

 

 

 

                                                            B. van der Goen

 

 

 

 

 

Bijl.: 18

 

c.c. mr. E.J. Daalder.

« terug

^ top


site by Emazing