E-scheiden risicovol

4 March 2015

Gedurende de afgelopen jaren hebben zich steeds meer nieuwe spelers in de echtscheidingspraktijk gevoegd. Op internet zijn tal van organisaties te vinden die zich aanbieden om u bij te staan bij het snel en tegen lage kosten ‘regelen’ van uw (echt-)scheiding. Een ontwikkeling die de familierecht specialisten van o.a. ons kantoor veel zorgen baart, gelet op de voorkomende gebrekkige kwaliteit van de geboden dienstverlening. Een probleem dat des te meer klemt, omdat voor u als cliënt veelal niet aanstonds waarneembaar is dat de kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende is, terwijl u op korte dan wel langere termijn wel geconfronteerd wordt met de nadelige gevolgen daarvan. Het is dan aan u om te bewerkstelligen dat die nadelige gevolgen worden hersteld. Dat is lang niet altijd eenvoudig en leidt niet zelden tot het alsnog voeren van kostbare procedures en het alsnog beschadigd raken van de relaties die ook na echtscheiding voortduren, zoals bijvoorbeeld de ouderrelatie.

Onlangs heeft het Hof Den Haag zich uitgelaten over een tegen beperkte kosten uitgevoerde mediation en de gebrekkige kwaliteit daarvan. Er had slechts één bespreking tussen partijen en de mediator plaatsgevonden, partijen hadden de advocaat die de echtscheidingsprocedure voerde nooit ontmoet, van een gedegen voorlichting aan partijen door mediator en/of advocaat was niet gebleken, laat staan dat vast kon worden gesteld dat mediator en/of advocaat zich ervan vergewist hadden dat partijen voldoende voorgelicht waren, dat zij inzage hadden in hun rechten en verplichtingen en dat zij een weloverwogen besluit hadden genomen over de afspraken die zij maakten over de gevolgen van hun echtscheiding. Gevolg is dat het Hof tot het oordeel komt dat geen sprake is van een situatie waarin tot het oordeel kan worden gekomen dat partijen bewust hebben willen afwijken van de wettelijke maatstaven, dat het convenant (de overeenkomst) die partijen hebben gesloten tijdens de mediation tot stand is gekomen met grove miskenning van de wettelijke maatstaven en dat het nihilbeding partneralimentatie terzijde wordt geschoven en wordt vervangen door een verplichting voor de man om met terugwerkende kracht met een substantieel bedrag bij te dragen in het levensonderhoud van de vrouw.

Uit een zaak als deze blijkt hoe belangrijk het is dat u zich laat bijstaan door een deskundige mediator die zich voortdurend laat bijscholen, trainen en die onderdeel uitmaakt van een team dat elkaar scherp houdt. Alle maatregelen die worden genomen om de deskundigheid te verkrijgen en te behouden mogen tot uiting komen in het tarief van de mediator, maar dragen er aan bij dat schade op zowel emotioneel als financieel gebied op langere termijn kan worden voorkomen. Wilt u weten wat wij voor u kunnen betekenen in mediation, of bent u geconfronteerd met de nadelige gevolgen van een niet goed verlopen mediation, belt u onze familierechtspecialisten. Zij zijn u graag van dienst. U kunt vanzelfsprekend ook bij hen terecht voor andere familierechtelijke aangelegenheden.

Hof Den Haag, 10 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4304:

Minder Easy Echtscheiding dan gedacht

M en V zijn in 1990 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2011 door echtscheiding is ontbonden. In hun echtscheidingsconvenant zijn partijen overeengekomen dat na ontbinding van het huwelijk, de een tegenover de ander niet tot betaling van alimentatie gehouden zal zijn.V verzoekt de rechtbank een door M te betalen partneralimentatie van € 1.000 bruto per maand, met ingang van 1 mei 2013, vast te stellen. Volgens V is er ten tijde van het sluiten van de overeenkomst sprake geweest van grove miskenning van de wettelijke maatstaven. De rechtbank wijst het verzoek af. V gaat in hoger beroep. Het hof overweegt als volgt. Partijen hebben zich voor de totstandkoming van hun echtscheiding tot een mediator van Easy Echtscheiding gewend. Vast staat dat er slechts één inhoudelijke bespreking heeft plaatsgevonden bij de mediator, die daarbij slechts ter sprake heeft gebracht dat V recht heeft op partneralimentatie voor de duur van twaalf jaren. Het inkomen van M uit de onderneming is daarbij niet aan de orde geweest. Onduidelijk is of de mediator de wettelijke grondslagen voor partneralimentatie met partijen heeft besproken en of zij partijen heeft voorgehouden welk bedrag M – op basis van deze grondslagen – aan V voor partneralimentatie zou kunnen voldoen. Naar het oordeel van het hof rust op de mediator de verplichting om zodanige informatie aan partijen te verschaffen dat zij over en weer inzicht hebben in hun rechten en verplichtingen. Het hof heeft verder evenmin kunnen vaststellen dat de door de mediator ingeschakelde advocaat partijen heeft voorgelicht omtrent hun wederzijdse rechten en verplichtingen met betrekking tot de onderhoudsverplichting. Partijen hebben die advocaat niet ontmoet; zij hebben hem slechts middels een videoboodschap opdracht gegeven hen te vertegenwoordigen in de echtscheiding. Naar het oordeel van het hof brengt de zorgvuldigheidsnorm die de betreffende advocaat jegens zijn cliënten in acht had dienen te nemen, met zich mee dat hij zich had moeten vergewissen of partijen zich bewust waren van hun rechten en verplichtingen, zodat zij niet zonder kennis van zaken afstand zouden doen van mogelijke rechten. Nu hij dit niet heeft gedaan, is het hof, anders dan M, van oordeel dat partijen niet bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven toen zij als uitgangspunt voor de behoefte van V, van haar netto inkomen ten tijde van de echtscheiding zijn uitgegaan. Gelet op het inkomen van M ten tijde van het sluiten van de overeenkomst en de hoogte van het netto gezinsinkomen tijdens de samenleving, komt het hof tot de conclusie dat er tussen de onderhoudsbijdrage waartoe de rechter zou hebben beslist en die welke partijen zijn overeengekomen, een duidelijke wanverhouding bestaat. Het hof is gelet daarop van oordeel dat het tussen partijen geldende convenant tot stand is gekomen met grove miskenning van de wettelijke maatstaven. Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en bepaalt de door M aan V te betalen partneralimentatie (na berekening van behoefte en draagkracht) met ingang van 1 juli 2013 tot 1 januari 2014 op € 539 bruto per maand, met ingang van 1 januari 2014 tot 1 juli 2014 op € 929 bruto per maand en met ingang van 1 juli 2014 op € 1.278 bruto per maand.

Gerechtshof Den Haag, 10 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4304

Read more about: