Update heupprothesezaken

28 December 2019

In de voorhoedeprocedure tegen producent Zimmer, waarin deze tussentijds hoger beroep had ingesteld tegen het tussenvonnis van de rechtbank uit 2017, heeft het gerechtshof deze maand arrest gewezen. Het hof heeft hierin op enkele essentiële punten een oordeel geveld dat ook voor de andere zaken van belang is.

Onder meer met betrekking tot de vraag wat de juridische consequenties zijn van het feit dat een heupprothese uit verschillende onderdelen bestaat die op verschillende momenten verhandeld kunnen zijn. Voor de juridische beoordeling of een vordering wegens productaansprakelijkheid kan worden toegewezen, is van belang om vast te stellen op welk moment het product ‘in het verkeer’ is gebracht. Dit moment speelt tevens een rol bij de vraag wat de ‘stand van de wetenschap’ was ten tijde van het op de markt brengen van een product en welke risico’s de producent dus bekend hadden kunnen of moeten zijn. Zimmer had zich op het standpunt gesteld, dat de heupprothese geen gebrekkig product zou zijn omdat de afzonderlijke onderdelen waaruit de prothese bestaat geen gebreken zouden vertonen. Het Hof oordeelt dat dit verweer geen stand houdt en volgt daarmee ons betoog. De (in dit geval) vier onderdelen waaruit de MoM-prothese bestond, horen bij elkaar en zijn juist geproduceerd om te worden samengevoegd om het gebroken of versleten heupgewricht van de patiënt te vervangen. Bovendien is het zo dat de losse onderdelen van de prothese niet eerder hun functionaliteit verkrijgen dan wanneer zij, bij de implantatie van de prothese in het lichaam, worden samengevoegd. In dit verband oordeelt het hof bovendien nog dat het ziekenhuis als partij die de onderdelen samenvoegt, niet op die wijze als ‘producent’ van het eindproduct, de MoM-prothese, kan worden aangemerkt.

Voorts geeft het Hof ons gelijk dat in dit stadium voldoende aannemelijk is gemaakt dat de patiënt medische klachten ondervindt die mogelijk het gevolg zijn van de gebrekkigheid van de MoM-prothese.

Door deze uitspraak zijn wij voor het grootste deel in het gelijk gesteld. Omdat het hier een zogenaamd tussentijds hoger beroep betrof, verwijst het Hof de zaak thans terug naar de rechtbank om daar te worden voortgezet. Naar verwachting zullen de door het Hof genomen beslissingen zoals gezegd ook in de overige soortgelijke zaken een rol spelen. Nu in deze zaak deskundigen zijn benoemd, ligt het voor de hand dat de uitkomst van hun onderzoek zal worden afgewacht voordat de zaak tegen Zimmer zal worden voortgezet. Zodra er meer bekend is, zullen wij u nader informeren.

Wij wensen u en de uwen een voorspoedig 2020!      

Read more about: