Herberekening kinderalimentatie? Deel 4

16 september 2015

Eerder berichtten wij u ter zake de ontwikkelingen op het terrein van de kinderalimentatie op onze website. Thans deel 4 in deze reeks.

Het Gerechtshof Den Haag heeft medio juni van dit jaar zogenaamde prejudiciële vragen gesteld aan ons hoogste rechtscollege: De Hoge Raad. Daarbij gaat het met name om de vraag of het kindgebonden budget, of uitsluitend de alleenstaande ouder kop die deel uitmaakt van dat kindgebonden budget, in mindering moet worden gebracht op het eigen aandeel van de ouders in de kosten van minderjarige kinderen, of niet. Zoals wij in onze eerdere berichten over dit onderwerp hebben besproken, werd daar in de juridische praktijk heel verschillend over gedacht en gingen rechtbanken en hoven daarmee verschillend om. Dat leidde tot onduidelijkheid, ongelijkheid en onzekerheid.

Op 10 september 2015 is de conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad, de heer mr. A. Hammerstein, gepubliceerd. Uit die conclusie blijkt dat de advocaat-generaal de Hoge Raad adviseert het kindgebonden budget inclusief de alleenstaande ouderkop, niet in mindering te doen strekken op de kosten van het levensonderhoud van kinderen, maar mee te nemen in de draagkracht van de ouder die aanspraak kan maken op het budget en de alleenstaande ouder korting. Dit leidt tot een ander resultaat van de bijdrage die ieder van de ouders in de kosten van de kinderen moet doen, dan volgens de aanbeveling van de Expertgroep Alimentatienormen en de uitlatingen van de Minister (kindgebonden budget en alleenstaande ouderkop strekten in gevolge de aanbeveling van de Expertgroep en de Minister in mindering op de behoefte van een kind, ten gevolge waarvan geen of een beperkter deel van de behoefte naar rato van de draagkracht van ieder van de ouders door de ouders dienden te worden gedragen).

De advocaat-generaal grondt zijn advies op de overweging dat de door hem geadviseerde benadering het meeste recht doet aan het wettelijk uitgangspunt dat beide ouders verantwoordelijk zijn voor het levensonderhoud van hun kinderen. Zij dienen volgens dat wettelijk uitgangspunt naar draagkracht bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Het kindgebonden budget is volgens de advocaat-generaal door de wetgever primair bedoeld als inkomensondersteunende maatregel en niet als budget dat in mindering strekt op de door de ouders te dragen behoefte van een kind.

De conclusie is hier gepubliceerd.

Wilt u geadviseerd worden over de vraag wat het voorgaande voor uw situatie betekent, neemt u dan gerust contact op met een van onze familierechtspecialisten: mr. Ineke Zijlstra of mr. M.M. Strengers. Zij staan u graag te woord en voorzien u graag van een passend advies.

Lees meer over: , ,