Onderwaarde van de gemeenschappelijke woning

9 december 2014

Een in de actuele praktijk van de (echt)scheiding – zeker de laatste jaren – veel voorkomend probleem is dat van de onderwaarde van de gemeenschappelijke woning. Er is sprake van een onderwaarde indien een woning minder waard is dan de hypothecaire geldlening die voor de verkrijging/verbetering van de woning is aangegaan. Tot nu toe oordeelden de rechters in voorkomende gevallen dat ieder van de deelgenoten de helft van de onderwaarde voor zijn/haar rekening diende te nemen, ook al realiseert die onderwaarde zich feitelijk bij toedeling aan een van de deelgenoten (nog) niet. De recente rechtspraak laat – in geval van toedeling van de woning aan één van de twee deelgenoten, in plaats van verkoop aan een derde – twee meer genuanceerde uitspraken zien.

De Rechtbank Midden-Nederland oordeelde onlangs daar waar de man de woning krijgt toebedeeld en de schuld op zijn naam voortzet dat, omdat de hypotheek schuld nog niet opeisbaar is en de man dus pas in de toekomst behoeft af te rekenen met de bank, de onderwaarde contant wordt gemaakt tegen een rentevoet van 4% en een looptijd van tien jaar. De rechtbank berekent de onderwaarde zo op een lager bedrag dan de onderwaarde uitgaande van de fictieve situatie dat bij toedeling aan de man zou moeten worden afgerekend.

De rechtbank Gelderland koos onlangs voor de benadering waarin – gelet op het feit dat de verdiencapaciteit van in dit geval de vrouw beperkt was en zij geen liquide middelen voorhanden heeft, terwijl de man voornemens is de woning langdurig te bewonen en niet te verkopen – de vrouw ‘slechts’ een vierde van de onderwaarde hoefde te dragen, die zij pas – in termijnen – diende te vergoeden op het moment waarop zij weer over voldoende inkomsten beschikt.

Ook de rechtspraak omtrent boedelverdeling blijft – zo blijkt uit deze uitspraken – voortdurend in beweging en past zich aan aan de feitelijke ontwikkelingen in de praktijk. Uit deze uitspraken blijkt ook dat het zinvol kan zijn aandacht te vragen voor de ontwikkelingen op de markt en te bepleiten dat sprake kan zijn van feiten en/of omstandigheden die maken dat van een gangbare benadering moet worden afgeweken.

Kampt u met een soortgelijke situatie of heeft u andere vragen over verdeling/verrekening na (echt-)scheiding neemt u dan gerust contact op met onze familierechtspecialisten. Zij houden de ontwikkeling in de rechtspraak voortdurend in het oog en staan u graag bij bij het vinden van een passende oplossing voor uw situatie!