Melchior

20 January 2004

“Melchior was een prachtige, trotse haan. Het leek wel of hij telkens ons grasveld aan het opmeten was, zo zorgvuldig en bedachtzaam zag je hem er rondstappen. Twaalf was hij al. Tamelijk oud voor een haan. Hansje had hem van zijn geboorte af gekend en kon zich niet heugen dat hij anders gewekt was dan door Melchior’s gekraai. Tegen de avond zat hij altijd hoog in een van de bomen achter in de tuin. Om hem daar uit te krijgen was de taak van Hansje. Hij rammelde met het voerbakje en dan kwam Melchior aanzetten. Alle kippen gingen achter hem aan het hok in, waar Hansje nog wat maïskorrels strooide.

Afgelopen woensdagmiddag begon het met de helikopter die rakelings over het dak scheerde. Hansje was de tuin ingelopen om hem beter te kunnen zien. De helikopter bleef rondjes draaien boven het huis en Hansje zwaaide. Nog nooit had hij er een zo laag zien overkomen. Direct nadat deze verdwenen was, stopten er wel vijf auto’s voor het huis. Er sprongen mannen uit die het huis begonnen te omsingelen. Hansje zag hun koppen verschijnen boven de schutting waar ze overheen klommen toen er niet snel genoeg werd opengedaan. Een man met een rood hoofd van de inspanning gaf de anderen aanwijzingen om de kippen te vangen. Die ze te pakken kregen werden doodgemaakt en in een bak gegooid. “Als jullie niet ophouden haal ik de politie!” riep Hansje. “Wij zijn de politie,” zei een man met een pet op. “Hoeveel kippen hebben jullie?” De man met het rode hoofd kwam naar hem toe. “Ik ben de dierenarts,” zei hij. “Ik houd toezicht dat alles goed gaat.” “Melchior is niet ziek,” zei Hansje. “En de kippen ook niet.” “Daar gaat het nu niet om,” zei de dierenarts en draaide zich om. Waar was Melchior? Die was een boom ingevlogen. “Die krijgen we wel te pakken,” zei een man die in het groen gekleed was. Hansje zag nu pas dat hij een geweer bij zich had. Hij legde aan en schoot. Melchior tuimelde uit de boom. Hij was niet gelijk dood en sleepte zich voort in een spoor van bloed. De dierenarts liep erop af en draaide hem de nek om. Het kadaver wierp hij in de bak.

“Wil je dit formulier aan je vader geven,” zei hij en overhandigde Hansje een papier. Toen ik thuiskwam gaf hij het mij. Als we het formulier goed invulden kregen we € 7,50 per kip en voor Melchior € 8,50. Gisternacht stond hij aan m’n bed. “Ik hoorde Melchior,” zei Hansje. “Ik hoorde hem kraaien.” “Dat kan niet,” zei ik, “ga slapen. Melchior is dood. Maar als dit over is kopen we een nieuwe haan. En die noemen we net zo……”. “Hij wil ons waarschuwen. Kunnen ze ook ‘s nachts binnenvallen? Hoor je hem dan niet?” Ik belde de dokter, maar die wilde niet komen want hij had geen koorts. Sorry dat ik u dit allemaal vertel. Dingen waar u als advocaat natuurlijk niets mee kunt.” Mr. Just had aandachtig geluisterd. Al had hij, sinds hij de vogelpestclaims behandelde, dit soort verhalen de laatste tijd al zo vaak gehoord. “Waar ik me schuldig over voel”, vervolgde zijn cliënt, “is dat ik Hansje verkeerd heb opgevoed. Had ik hem maar eerder bijgebracht dat ze elk moment je huis kunnen binnenvallen. Dat je machteloos staat ook al is bewezen dat wat ze doen zinloos is. Maar er bestaat nu eenmaal geen beweging tegen zinloos overheidsgeweld. Al krijgen we er Melchior niet mee terug, wilt u ook namens ons die procedure tegen de staat voortzetten? Want een overheid die zo met dieren omspringt zal, zodra zich een geschikt moment voordoet, ook mensen niet ontzien.”