Sigaar

21 April 2005

Dr. Zuckerman was geneesheer-directeur geweest van een ziekenhuis, maar had zijn onroerend goed op het goeie moment verkocht en was vervroegd uitgetreden. Om fiscale redenen was hij verhuisd naar even over de grens van België en sindsdien verveelde hij zich te pletter.

“Zelfs dit mormel doet niet wat ik zeg,” mopperde hij en wees op de tackel die hij met zich meezeulde als zijn vrouw naar Milaan was om haar garderobe aan te vullen. Hij was bij mr. Just omdat hij ‘een zaak’ had. Omdat hij koste wat het kost terugwilde, had hij zijn kapitale boerderij in België te koop aangeboden. En dr. Zuckerman wist het zeker: hij had het voor een uitstekende prijs verkocht. Maar het was telefonisch gegaan en daar had hij geen getuigen van. De koper, een Belgische zakenman, ontkende. En nu was hij bij mr. Just om de zakenman, die Vandamme heette, aan te pakken. Maar mr. Just moest hem teleurstellen: hij dacht niet dat hij ‘een zaak’ had. Zo’n telefoontje was onmogelijk te bewijzen. Dr. Zuckerman was niet tevreden met dit advies.
“Kunt u toch niet… als Vandamme merkt dat we doorzetten, dan geeft hij misschien toe.”
Maar Vandamme liet via zijn advocaat weten dat hij niet aan toegeven dacht. En zo zagen partijen elkaar op de rechtbank. Zoals de gewoonte was van de president schorste hij na de pleidooien de zitting om partijen de gelegenheid te geven met elkaar te praten. Als deze alsnog een schikking bereikten kon dat in het proces-verbaal worden vastgelegd, hetgeen de president het maken van een ingewikkeld vonnis bespaarde.
“Ach meneerke,” sprak in de koffiekamer Vandamme tot mr. Just, “al heeft mijn advocaat mij ervan verwittigd dat ge geen schijn van kans maakt, ik wil best wat betalen.” Hij bood aan een boete van tien procent van de koopprijs te betalen. Maar dr. Zuckerman wilde daar niet van weten: gekocht is gekocht en Vandamme moest het pand afnemen, meende hij.
De tijd was om en mr. Just duwde de tegenstribbelende dr. Zuckerman de rechtszaal binnen. Op aanraden van zijn raadsman tekende hij zuchtend het proces-verbaal.
“En hiermee is de zaak afgelopen,” zei de president.
Maar dr. Zuckerman haalde een doos sigaren tevoorschijn en hield deze de president voor. “Mijn advocaat zei dat ik moest schikken, maar als ik u nu eens een goeie sigaar geef, kunt u mij dan vertellen hoe de zaak zou zijn afgelopen?”
Mr. Just trok zijn cliënt aan de mouw. Weliswaar had hij hem verteld dat het er bezuiden de grote rivieren wat anders toeging, maar zo anders nou ook weer niet. Maar de president gaf mr. Just een knipoog.
“U mag mij niet omkopen,” glimlachte de president. “Maar voor deze ene keer… Zonder getuigen had u natuurlijk geen schijn van kans. En eh … heeft u voor de griffier ook nog zo’n sigaar?”