Bingo!

21 January 2006

Met opgestreken zeilen was ze zijn kantoor binnengekomen: mevrouw Duyvestein-van Waerdenborgh. Nee, ze had geen afspraak. Maar ze verlangde direct mr. Just te spreken. Wat voor zaak het was? Een schadeclaim en een hoge ook. Dat moest de secretaresse maar aan mr. Just overbrengen.

“Het is affreus!” viel ze met de deur in huis toen ze tegenover mr. Just had plaats genomen. “Ik kan er nog steeds niet over uit dat een ambtenaar in functie… “.

Mr. Just liet koffie brengen en verzocht haar te vertellen wat er gebeurd was.

Het was begonnen met een avondje bij de Ravenstein tot Zevenaars. Hij was wijnkenner. Ze waren de Loire afgeweest en hadden een paar prachtige wijnen meegenomen. Die kon je via hen bestellen en daartoe hadden ze een wijnproefavondje georganiseerd. Op het bureau hadden ze niet goed begrepen wat dat was. En al helemaal niet dat ze van al die wijnen die open getrokken waren maar één piepklein slokje geproefd had…. Maar ze liep op de zaak vooruit. Toen ze na het proefavondje afscheid hadden genomen was ze zo verstandig geweest het stuur van haar man over te nemen. Die was naast haar in slaap gevallen en toen ze in de Rozenlaan werden aangehouden lag hij luidruchtig te snurken. De politie verzocht haar vriendelijk te blazen. De agent keek bedenkelijk en ze moest mee naar het bureau. De politie reed verder in haar auto, met snurkende man en al. Op het bureau moest ze weer blazen.

“Bingo!” riep de wachtcommandant toen de ademanalyse verkeerd voor haar uitviel. “U valt in de prijzen.”

Het was al erg genoeg om opgebracht te worden als de eerste de beste crimineel. En dat ze haar rijbewijs kwijtraakte kon haar niet zoveel schelen. Dan reed Jules, de chauffeur van haar man, haar wel. Maar dat die agent bingo! had geroepen…. Daar voelde ze zich diep door gegriefd. Ze had haar man wakker gemaakt die direct de naam van mr. Just had genoemd. Nu dacht ze aan een fikse schadeclaim. Zoiets zag je wel op de televisie. Hoeveel konden ze hiervoor bij de politie indienen?

Maar mr. Just moest haar teleurstellen. In dat soort gevallen…. agenten die bingo! riepen…. Tja, daar voorzag de wet eigenlijk niet in.

“Begrijp jij dat nu, Jules,” vroeg ze aan de chauffeur die in de wachtkamer zat, “dat een mens zich zo maar moet laten beledigen?”

“Nee mevrouw,” zei Jules beleefd.