Actueel

Het overleg dat Stichting Reprorecht – verder te noemen ‘de Stichting’ – met een aantal branche-organisaties heeft gevoerd is op niets uitgelopen. In september 2003 had de Stichting, onder druk van de vele protesten van ondernemers tegen de door deze verzonden ‘factuur’ of ‘berekening’, te kennen gegeven het innen van de kopieervergoeding hangende dit overleg voorlopig stop te zullen zetten. Op een door de branche-organisaties gedaan voorstel voor een andere methode van inning van de kopieervergoeding is de Stichting niet ingegaan.

Het voorstel van de branche-organisaties betrof het innen van een forfaitair bedrag bij bedrijven die jaarlijks minder dan 50.000 kopieën maken. Maakt een bedrijf meer dan 50.000 kopieën op jaarbasis, dan zou op basis van het totaal aantal kopieën (en dus niet alleen over de reprorechtplichtige kopieën) een vergoeding van € 0,50 per 1000 kopieën moeten worden betaald, aldus het voorstel van de branche-organisaties. De gedachte hierbij was dat het totaal kopieervolume eenvoudiger is vast te stellen dan het percentage hiervan dat reprorechtplichtig is. Overigens is dit voorgestelde systeem naar onze mening eveneens onredelijk, aangezien dit nog altijd betekent dat veel ondernemers betalen voor niet-gemaakte kopieën van auteursrechtelijk beschermde werken.

Om uit de ontstane impasse te raken hebben de branche-organisaties een beroep gedaan op het kabinet. Minister Donner van Justitie heeft inmiddels laten weten dat hij vindt dat het bedrijfsleven en de Stichting zelf tot een oplossing dienen te komen en dat hij slechts bereid is hierbij een bemiddelende rol te vervullen. In de tussentijd gaat de Stichting verder met haar invorderingsmaatregelen.

Een andere nieuwe ontwikkeling is dat bedrijven die geen kopieerapparaat bezitten en dus geen reprorechtplichtige kopieën maken, geen kopieervergoeding aan de Stichting hoeven te betalen. Dit dienen zij echter wel op de juiste wijze kenbaar te maken.

Voortgang

Ondanks berichten in de media met de strekking dat de Stichting zich terughoudend zou opstellen, hebben wij voor vele cliënten in de afgelopen weken moeten reageren op ‘aanmaningen’ van de Stichting. Zoals wij hadden verwacht, blijft de Stichting bij haar standpunt betreffende de door haar gehanteerde methode: “Het reprorechtplichtig percentage zoals wij dat voor u hebben berekend blijft het uitgangspunt”. De Stichting schrikt tot dusver nog voor terug daadwerkelijk tot een procedure over te gaan. Kennelijk moet zij het antwoord op de door ons gehanteerde methode schuldig blijven.

Belangrijk

Zelfs indien wij voor u bezwaar hebben gemaakt en verder gecorrespondeerd hebben met de Stichting, komt het regelmatig voor dat de Stichting alsnog een ‘factuur’ of ‘aanmaning’ naar uw onderneming stuurt. Betaalt u deze in geen geval! Stuur het schrijven van de Stichting door naar ons, waarna wij hier op passende wijze op zullen reageren. Vergeet niet uw administratie op dit punt te instrueren. Indien u niet op de juiste wijze reageert, sluit u mogelijk alsnog een overeenkomst voor onbepaalde tijd met de Stichting.

Methode Van der Goen

Wij hebben een juridische methode ontwikkeld die het naar onze mening voor Stichting Reprorecht onmogelijk maakt de door haar voorgestelde vergoeding nu en in de toekomst te innen. Deze methode is gebaseerd op het principe dat u uw bedrijfsprocessen dusdanig inricht en juridisch onderbouwt, dat u geen kopieën maakt van auteursrechtelijk beschermde werken, hetgeen meebrengt dat u niets hoeft te betalen. Daarnaast handelt Van der Goen Advocaten onder meer de correspondentie met Stichting Reprorecht af.

Klik hier voor onze oplossing.

Media

Veel ondernemers, brancheverenigingen en zelfs politici hebben in de afgelopen maanden scherpe kritiek geuit op de werkwijze van Stichting Reprorecht. Ook de media besteden de nodige aandacht aan deze kwestie. Deze roept zeer veel klachten en vragen op. In het artikel uit NRC Handelsblad van 17 juli jl. is het volgende opgenomen:

Beemsterboer mag overtuigd zijn van de zorgvuldigheid van het onderzoek, bij Advocatenkantoor Van der Goen denken ze er anders over. Op zijn website meldt het kantoor een methode te hebben ontwikkeld waarmee bedrijven kunnen aantonen dat ze geen auteursrechterlijk beschermde kopieën maken. De kosten van het advies en de afwikkeling van de bezwaarprocedure bedragen 225 euro. “Als een ondernemer niet binnen dertig dagen reageert op de factuur, sluit hij automatisch een overeenkomst voor onbepaalde tijd met Stichting Reprorecht. Dat is niet netjes”, zegt juridisch medewerker J. van der Goen. “De ondernemer hoeft het gefactureerde bedrag bovendien niet zonder meer te betalen. De ‘factuur’ van Reprorecht is niets meer dan een voorstel om samen met de ondernemer tot overeenstemming te komen over de hoogte van het te betalen bedrag. Dat de stichting dat niet duidelijk maakt, vinden wij misleidend.”

Bron: NRC Handelsblad, 17 juli 2003

De volledige tekst van het artikel vindt u hier.

In het artikel uit De Telegraaf van 8 augustus jl. is het volgende opgenomen:

Advocaat mr. Bob van der Goen heeft zich geschaard onder de helpers voor het bedrijfsleven. (…) “Wij kiezen een heel andere aanpak. Namens onze cliënten wijzen wij het aanbod om te betalen af en stellen dat zij helemaal geen auteursrechtelijk beschermde kopieën maken. Daar hebben wij een slimme methode voor ontwikkeld. Dan moet de stichting maar bewijzen dat het wel gebeurt. Daarvoor gaan wij ook een proefproces voeren”, aldus Van der Goen, die in dezen samen met zijn zoon Joël – gespecialiseerd in auteursrecht – optreedt. De advocaat is furieus over de heffing. “Er wordt een heleboel onzin overhoop gehaald en je dwingt mensen tot onnodig extra werk!”

Bron: Telegraaf, 8 augustus 2003

Klik hier voor onze oplossing.