Het gerechtshof te Amsterdam heeft uitspraak gedaan in de zaak van het hoger beroep van het kort geding in de Florazaak. Het betreft hier twee slachtoffers, de weduwe van een ten gevolge van de legionellabesmetting op de Westfriese Flora overleden kostwinner, alsmede een bezoeker van de Flora die nog steeds ernstige gezondheidsklachten ten gevolge van de besmetting ondervindt. Het hof heeft vastgesteld dat de betrokken standhouder die de whirlpool op de bloemententoonstelling exposeerde aansprakelijk is voor de gevolgen van de besmetting met de legionellabacterie die zowel in de betrokken whirlpool als bij de slachtoffers is aangetroffen. Anders dan de President van de Alkmaarse rechtbank heeft het hof tevens aangenomen dat causaal verband voldoende aannemelijk is. Weliswaar heeft het hof geoordeeld dat voor betaling van voorschotten in dit stadium van de procedure (nog) geen plaats was, maar vanwege het feit dat het hof alle weren van de standhouder verworpen heeft en deze aansprakelijk heeft geacht zoals dezerzijds was betoogd, is hiermede sprake van een doorbraak. Kennelijk heeft het hof met deze uitspraak een vingerwijzing willen geven voor de in te stellen zogenaamde bodemprocedure. Hiermede gaan wij op korte termijn van start, tenzij de wederpartij op grond van deze uitspraak aansprakelijkheid aanvaardt. In dat laatste geval zal in onderhandelingen de hoogte van de schadevergoeding moeten worden vastgesteld. Deze uitspraak is van grote betekenis voor alle legionellaslachtoffers van de Westfriese Flora en andere gelegenheden. Een dezer dagen zullen wij de voornaamste overwegingen van het hof op deze site publiceren.