Honds

20 oktober 2005

Dat het onder hondenliefhebbers niet altijd pais en vree was, had hij wel eens gehoord, maar dat het zo hoog kon oplopen, had mr. Just toch niet kunnen vermoeden. Tegenover hem zat Gerard-Jan, een jongeman met een tot in de puntjes verzorgd uiterlijk, wiens getinte huidskleur verraadde dat hij frequent in aangename vakantieoorden vertoefde (of onder de zonnebank). Hij spreidde voor mr. Just het bewijsmateriaal uit in de zaak waarvoor hij kwam: een groot aantal foto’s, waarop het gebruinde lichaam van Gerard-Jan in verschillende poses te zien was. Beroepshalve was hij namelijk fotomodel. Maar zijn vrije tijd besteedde hij grotendeels aan zijn honden: hij bezat een kennel vol bouviers. Deze dieren te trainen was zijn lust en zijn leven en als hij niet op de Bahama’s zat voor een fotocessie was hij met zijn troeteldieren in de weer op het terrein van de kynologenclub, samen met andere liefhebbers. Maar afgelopen zaterdag ging het mis.

Het is een ongeschreven regel in de hondenwereld, zo vernam mr. Just, dat je met een teef die loops is niet aan de training deelneemt. Je daaraan niet houden is onder hondenliefhebbers een doodzonde. Je hond kan nog zo goed getraind zijn, als het een reu is en hij krijgt de reuk te pakken, hou je hem niet meer. Dat wist Borckman natuurlijk ook. Volgens Gerard-Jan een onaangename kerel, met wie hij het al eens eerder aan de stok had gehad toen deze iets lelijks over zijn troeteldieren had geroepen Maar hij was gewoon te beroerd geweest om zijn teef op loopsheid te controleren voordat hij hem meenam naar de training. Toen had je de poppen aan het dansen: Boris, de bouvier van Gerard-Jan, had zich onmiddellijk bovenop dat mormel van Borckman gestort. En probeer die dieren dan nog maar eens uit elkaar te trekken. Het liep hoog op toen Borckman ook nog zo brutaal was hém ervan te beschuldigen dat hij zijn hond niet in bedwang hield. Een handgemeen ontstond, het werd één kluwen van vechtende honden en mensen. Het liep erop uit dat de valse Borckman de fragieler gebouwde Gerard-Jan vloerde met een kopstoot, midden in zijn gezicht. Het gevolg: vier tanden uit zijn mond. En ja, het was de advocaat allang opgevallen dat zijn cliënt lispelend praatte en hij begreep waarom deze kwam: zonder een gaaf gebit kon hij niet poseren en kostte het hem elke dag veel geld. Dit werd een niet onaanzienlijke schadeclaim. . . . .

Op de rechtszitting hield mr. Just een pleidooi over de regels in de hondenwereld en de schade die de onachtzame Borckman had aangericht. De raadsman van deze vond na raadpleging van het bewijsmateriaal echter dat het vooral ging om het welgeschapen fysiek van Gerard-Jan: als hij zijn mond stijf dichthield viel de beschadiging van het gebit niet op en derfde hij, zolang dit niet gerepareerd was, derhalve geen inkomsten. Maar mr. Just bracht hiertegen in dat Gerard-Jan nu juist gevraagd werd om te poseren vanwege zijn stralende glimlach en zijn gave gebit. Een profijtelijke opdracht op de Maladiven was geannuleerd en voorlopig was hij werkeloos.

“Glimlacht u eens,” vroeg de rechter aan zijn cliënt, “zoals hier op deze foto van u.” In de rechtszaal waren nu alle ogen gevestigd op Gerard-Jan. Deze produceerde een zo erbarmelijke grijns dat daarmee het pleit beslecht was.

“Inderdaad geen gezicht,” vond de magistraat en de schadeloosstelling werd toegewezen.